donderdag 9 juli 2015

300 dagen zon

Dat hebben ze hier jaarlijks in Wyoming, de laatste dagen horen daar duidelijk niet bij. Veel regen en ook een stuk kouder, daar moeten we weer even aan wennen. Maar de landschappen blijven even adembenemend. Vanuit Lander fietsen we door het Wind River Reservation. Een indianen"reservaat" van de Shosone en Arapaho indianen. We kamperen er naast de brandweerkazerne van Crowheart. In Dubois, een echt cowboystadje dan weer, maakt Warre op de camping zijn eerste ritje op een paard.




 
 
We klimmen weer hoger en laten de woestijn en badlands achter ons, bomen, riviertjes en veel bloemen krijgen we in de plaats. We komen dichter en dichter bij Grand Teton en Yellowstone en zitten nu ook in grizzlybeer gebied. Een bocht in de weg en kamperen, zijn plots heel wat spannender.




 
Vandaag rijden we de Togwotee Pass over, helaas met veel regen en dus is het zicht niet ideaal. In de afdaling worden we gewaarschuwd door twee klimmende fietsers. Een halve mijl verder zit een beer in de berm aan een karkas te eten. We rijden verder, de vingers aan de remmen, de spieren op spanning om indien nodig wat harder te trappen en de peperspray op scherp. Wat verder zien we een rijtje auto's geparkeerd, sommige met de deur open, camera's in de aanslag. Daar zal het zijn. De beer ligt rustig in de kant, tussen de struiken, na te genieten van zijn maaltijd. Grizzly, check!
 



dinsdag 7 juli 2015

braderie

4th of July, Independence Day. Dat moeten we toch eens meemaken. Omdat in Wyoming stadjes niet dik gezaaid zijn, blijven we wat hangen in Lander. Iedereen spreekt ons aan: "You gonna be here the 4th? Awesome, you picked the perfect spot! People go crazy here."

Onze verwachtingen zijn dus hoog gespannen. Het programma begint met een pannekoekenontbijt, in het rusthuis. Tot hiertoe is alles rustig. Daarna gaat het richting Main Street voor the parade. Dit is voor velen een hoogmis. Hun stoeltjes staan er al van de dag er voor. Een tweede rij kijkt vanuit de bak van de pickups toe, al dan niet getooid in een short en hemd met arend of stars and stripes. Het begint met het volkslied: petjes gaan af, het rechterhand plechtig tegen de borst, gejuich en applaus als het gedaan is. Dan komt een bonte stoet voorbij van politie, firefighters, marines, een hoop miss'en, een koppel dat 65jaar getrouwd is, de school, zwemclub, een resem oude tractors, zelfs het plaatselijke vogelopvangcentrum. Af en toe wat geklap en geroep. Bij de kinderen vooral als er snoepjes of waterballonnen gegooid worden. Op het einde komt de finale, het plaatselijke brandweerkorps spuit onder luid getoeter iedereen druipnat. Wij staan op het einde, het water is tegen dan op.

 
 
 
 
 
 
Om 12.00 gaat het naar het park voor de bbq. We horen de eerste knallen. Het lijkt wel oorlog. Misschien moeten ze op de verpakking van het vuurwerk toch eens zetten dat je moet wachten tot het donker is. Vanaf een uur of negen is het pas echt menens. De hemel is verlicht van de knallen. Werkelijk iedereen schiet vuurwerk af, niet van die kleine pijltjes, maar het zwaardere werk. Om half één 's nachts keert de rust weer.

Was het wat we verwacht hadden? Ja en neen, hadden we meer vlaggen en versierde huizen verwacht? Zeker. Hadden we meer feest verwacht? Zeker, of toch meer eten, drinken en braderietoestanden. Was het luid en patrionnistisch? Ja. Was het eens leuk om te zien? Absoluut.





vrijdag 3 juli 2015

haat - liefde

We geven het toe, we hebben een haat/liefde verhouding met Wyoming. Het is hier ongelooflijk warm (we haalden zelfs meer dan 46 graden), er zijn hier nauwelijks bomen, dus veel schaduw om even te rusten is er niet, er is woestijn, woestijn en nog eens woestijn, we rijden in the middle of nowhere. Maar we kunnen ook genieten van eindeloze landschappen, en ongelooflijke gastvrijheid.

 
De laatste dagen hebben we overal al gratis geslapen. De eerste nacht kamperen we in een park in Bairoil, een dorpje van 106 man dat vooral bestaat dankzij een olieveld daar. Het park heeft picknickbanken, bomen, fris water, overdekte shelter en een speeltuin (met speelkameraadje voor Warre), ideaal dus.


De dag erna fietsen we via Muddy Gap naar Jeffrey City, eens een stad van meer dan 6000 inwoners, nu een spookstadje maar wel met een kerk waar we mogen overnachten en een café/restaurant waar we lekker kunnen eten. Het Spring Rock Cafe is een echte ervaring. Je wordt er afwisselend bediend door een van de lokale stamgasten. Kuisen is er iets van lang geleden.
Het is een wat bevreemdend zicht om in zo’n leeg stadje rond te lopen. Veel van de huizen zijn weg. Enkel het hekwerk met poortje en huisnummer is er nog. Het benzinestation is van het merk Te..co. De pompen staan weg te roesten tegen een schuurtje. Het gras schiet hoog op tussen de schommels op de speelplaats van het schooltje. Een koude oorlog en uraniummijn zorgde voor de plotse groei van het plaatsje, maar het was van korte duur. In de jaren 80 ontdooit de wereld, sluit de mijn en loopt Jeffrey City leeg.




 
Daarrna gaat het naar Sweetwater Station waar we kamperen bij de Mormonen in Willies Handcart Historic Site. We worden ongelooflijk gastvrij ontvangen. We krijgen er koekjes van een lieve mevrouw die haar kleinkinderen mist en enorm gecharmeerd is door Warre. ’s Avonds mogen we mee aanschuiven bij een groep Mormonen uit Canada. Zij zijn hier om een tocht te maken met een handkar zoals de Mormonen ooit deden van het oosten van de VS om hun beloofde land – Salt Lake City – te bereiken. Voor twee van deze handcart companies liep het bijna fataal af als ze op hun tocht ingehaald worden door de winter. Uitgedost in kleren van toen duwen en sleuren Mormonen van over heel de wereld nu hun handkar 14 mijl over de bergen. Een pioniersexpeditie in het klein. Wij beperken de onze tot een rondje van 500m.
 



Ondertussen zijn we aangekomen in Lander en hier blijven we een paar dagen relaxen want het blijkt the place to be te zijn om 4th of july mee te maken. Ook hier mogen we gratis kamperen in het park. En na al die woestijn, is het een verademing om weer huizen te zien met bomen en veel bloemen in de tuinen. En uiteraard eens lekker te eten, ijsjes te smullen, te zwemmen en schommelen. Hanh

 

vrijdag 26 juni 2015

Proficiat aan Steven en Elke

 
Elke en Steven, vandaag trouwen jullie! We vinden het jammer dat we er niet bij kunnen zijn. Maar we hopen op een stralende dag voor jullie.

Moeten er nog bloemen zijn?

De woestijn is momenteel wel een bloemenparadijs.
 




Bye bye Colorado, hello Wyoming

Na Steamboat Springs fietsen we richting Rawlins. Via Columbine gaan we richting Steamboat Lake. Zalig om even met de voeten in het water te zitten.




Daarna gaat de weg via enorme ranches en duurt het even voor we een kampeerplek vinden. De Ladder Ranch heeft voor fietsers een grasveldje omzoomd met enorme wilgen in de aanbieding en ook nog eens avondeten. Dat slaan we niet af. Warre is vooral gecharmeerd door de puppies die er rond lopen. De weg loopt er net langs de grens, dus we eten al in Wyoming maar slapen nog in Colorado.
 

De vlag van Colorado (de middelste) zeggen we vaarwel en rijden nu Wyoming binnen en dat zullen we geweten hebben. De volgende dagen klimmen we weer omhoog om dan telkens weer af te dalen naar riviertjes of creecks zoals ze dat hier noemen.

 
Er zijn grote wegenwerken bezig op de weg naar Rawlins, toch mogen we er door. En voor Warre zijn het topdagen, trucks, bulldozers, .... ze passeren allemaal. De ene al wat indrukwekkender dan de andere.
 
 De beroemde Aspen Alley, en dan nog een nachtje kamperen in het Medicine Bow Forest, daarna zien we niet veel bomen meer en komen we in de woestijn terecht. Desolate landschappen en heuvel op en af, en zo gaan we maar door.




En dat bij wel zeer warme temperaturen. Water en schaduw, appreciëren we nu des te meer. We overnachten nog een laatste keer aan het Teton reservoir om dan de laatste 15 mijl naar Rawlins te doen. Met ijs en fris water als beloning, zalig!

Rodeo

Jullie hadden nog een filmpje te goed!