Terwijl oma, opa en Warre met de auto rijden, fietsen wij
naar onze volgende bestemmingen. En whaaw, wat gaat een fiets snel zonder
bagage en fietskar. Dat we niet de enige toeristen zijn in Grand Teton NP en
Yellowstone hadden we al gemerkt. Zijn er in Grand Teton nog behoorlijk wat
fietsvoorzieningen is het in Yellowstone al koning auto (jeep) wat de klok
slaat. Naar de verharde strook die je hier meestal langs de weg hebt en die
varieert van pechstrookbreedte tot een smal strookje verbrokkelde asfalt, is
het in Yellowstone vaak zoeken. Met een geschat aantal bezoekers van 1 miljoen voor de maand juli,
zijn we blij dat Warre niet in de fietskar zit. Hoewel de meeste chauffeurs de nodige
afstand bewaren, is het toch schrikken als een zware jeep met een meer dan tien
meter lange caravan en daarachter een motorboot je bijna het bos induwt. De
National Park Service plaatst klimaatverandering op nummer 1 van de grootste
bedreigingen voor het voortbestaan van de natuur in de parken, maar in hun
beleid is daar nog weinig van te merken. Pendelbussen, fietsverhuur, fietspaden,
spelen met de toegangsprijs, bepaalde wegen tijdelijk voorbehouden voor
langzaam en gedeeld vervoer,… er is veel mogelijk.
Vier maanden fietsen tussen de hamburgers, bizons, cowboys en indianen samen met Warre, ons zoontje van 2
dinsdag 21 juli 2015
Scoop en Lifty
Een valies voor Warre. Dat hadden oma en opa bij. En wat
stak er in. Boekjes, oma’s wafeltjes, mooie tekeningen van Mirte, Ine en Bent,
chocolaatjes en koekjes van de tennis, scoop en lifty. Het leek wel even
Sinterklaas.
Maar ze kwamen natuurlijk ook om mee met ons de parken te verkennen.
Maar ze kwamen natuurlijk ook om mee met ons de parken te verkennen.
Teveel foto's
Gelukkig zitten we in het digitale tijdperk. Anders puilden
onze fietstassen uit van de filmrolletjes. Verantwoordelijk voor al die foto’s
zijn de Tetons (samen met het zonnetje dat teruggekeerd is).
Uit het niets rijst deze messcherpe bergketen op. Iedere
bocht in de weg levert een nieuw panorama op dat je in de remmen doet gaan. We
hebben nog een paar dagen voor oma en opa op bezoek komen. We doorkruisen het
nationaal park van noord naar zuid en kijken onze ogen uit.De gastvrijheid van Wyoming zet zich verder. Op de campground van Colter Bay, krijgen we “left overs” van Backroads - een reisorganisatie die fietstrips aanbiedt: een grote ziploc-zak vol kip met appeltjes, een zak vol kaas en een brood. Het kookvuurtje blijft in de fietstas zitten. ’s Morgens krijgen we nog wat wraps toegestopt. In Signal Mountain wordt onder dreigende onweerswolken het laatste kampeerplekje voor onze neus ingenomen. De eerste druppels spatten uiteen op onze fiets. We rijden de camping op en vragen aan de eerste man die we tegenkomen of we ons tentje naast zijn mobilhome mogen zetten. Geen probleem! Het blijken fervente wandelaars te zijn. De vrouw wandelde de Appalachen trail, 3500 km lang, en is blij om ons “uit de nood” te helpen.
We zakken verder af naar het zuiden en kamperen aan Jenny
Lake. Eerst een dagje spelen op het strand. Warre ruilt zijn karig speelgoed
even met het speelgoed van twee leeftijdsgenootjes. Nooit gedacht dat een oud
Fisher-Price autootje zo veel waard was! De volgende dag varen we Jenny Lake
over en maakt Warre zijn eerste bergwandeling. Onder bewonderende blikken van
andere wandelaars (en mama en papa) stapt hij over boomwortels en rotsen naar
Inspiration Point en Cascade Canyon. Het kost moeite om aan de lokroep van de
bergen te weerstaan en terug te keren naar het meer. Hmmm, hier willen we nog
wel eens terugkomen om een lange trekking te maken.
En dan is - na lang aftellen - de dag aangebroken dat oma en
opa komen.
donderdag 9 juli 2015
300 dagen zon
Dat hebben ze hier jaarlijks in Wyoming, de laatste dagen horen daar duidelijk niet bij. Veel regen en ook een stuk kouder, daar moeten we weer even aan wennen. Maar de landschappen blijven even adembenemend. Vanuit Lander fietsen we door het Wind River Reservation. Een indianen"reservaat" van de Shosone en Arapaho indianen. We kamperen er naast de brandweerkazerne van Crowheart. In Dubois, een echt cowboystadje dan weer, maakt Warre op de camping zijn eerste ritje op een paard.
We klimmen weer hoger en laten de woestijn en badlands achter ons, bomen, riviertjes en veel bloemen krijgen we in de plaats. We komen dichter en dichter bij Grand Teton en Yellowstone en zitten nu ook in grizzlybeer gebied. Een bocht in de weg en kamperen, zijn plots heel wat spannender.
Vandaag rijden we de Togwotee Pass over, helaas met veel regen en dus is het zicht niet ideaal. In de afdaling worden we gewaarschuwd door twee klimmende fietsers. Een halve mijl verder zit een beer in de berm aan een karkas te eten. We rijden verder, de vingers aan de remmen, de spieren op spanning om indien nodig wat harder te trappen en de peperspray op scherp. Wat verder zien we een rijtje auto's geparkeerd, sommige met de deur open, camera's in de aanslag. Daar zal het zijn. De beer ligt rustig in de kant, tussen de struiken, na te genieten van zijn maaltijd. Grizzly, check!
dinsdag 7 juli 2015
braderie
4th of July, Independence Day. Dat moeten we toch eens meemaken. Omdat in Wyoming stadjes niet dik gezaaid zijn, blijven we wat hangen in Lander. Iedereen spreekt ons aan: "You gonna be here the 4th? Awesome, you picked the perfect spot! People go crazy here."
Onze verwachtingen zijn dus hoog gespannen. Het programma begint met een pannekoekenontbijt, in het rusthuis. Tot hiertoe is alles rustig. Daarna gaat het richting Main Street voor the parade. Dit is voor velen een hoogmis. Hun stoeltjes staan er al van de dag er voor. Een tweede rij kijkt vanuit de bak van de pickups toe, al dan niet getooid in een short en hemd met arend of stars and stripes. Het begint met het volkslied: petjes gaan af, het rechterhand plechtig tegen de borst, gejuich en applaus als het gedaan is. Dan komt een bonte stoet voorbij van politie, firefighters, marines, een hoop miss'en, een koppel dat 65jaar getrouwd is, de school, zwemclub, een resem oude tractors, zelfs het plaatselijke vogelopvangcentrum. Af en toe wat geklap en geroep. Bij de kinderen vooral als er snoepjes of waterballonnen gegooid worden. Op het einde komt de finale, het plaatselijke brandweerkorps spuit onder luid getoeter iedereen druipnat. Wij staan op het einde, het water is tegen dan op.
Om 12.00 gaat het naar het park voor de bbq. We horen de eerste knallen. Het lijkt wel oorlog. Misschien moeten ze op de verpakking van het vuurwerk toch eens zetten dat je moet wachten tot het donker is. Vanaf een uur of negen is het pas echt menens. De hemel is verlicht van de knallen. Werkelijk iedereen schiet vuurwerk af, niet van die kleine pijltjes, maar het zwaardere werk. Om half één 's nachts keert de rust weer.
Was het wat we verwacht hadden? Ja en neen, hadden we meer vlaggen en versierde huizen verwacht? Zeker. Hadden we meer feest verwacht? Zeker, of toch meer eten, drinken en braderietoestanden. Was het luid en patrionnistisch? Ja. Was het eens leuk om te zien? Absoluut.
Onze verwachtingen zijn dus hoog gespannen. Het programma begint met een pannekoekenontbijt, in het rusthuis. Tot hiertoe is alles rustig. Daarna gaat het richting Main Street voor the parade. Dit is voor velen een hoogmis. Hun stoeltjes staan er al van de dag er voor. Een tweede rij kijkt vanuit de bak van de pickups toe, al dan niet getooid in een short en hemd met arend of stars and stripes. Het begint met het volkslied: petjes gaan af, het rechterhand plechtig tegen de borst, gejuich en applaus als het gedaan is. Dan komt een bonte stoet voorbij van politie, firefighters, marines, een hoop miss'en, een koppel dat 65jaar getrouwd is, de school, zwemclub, een resem oude tractors, zelfs het plaatselijke vogelopvangcentrum. Af en toe wat geklap en geroep. Bij de kinderen vooral als er snoepjes of waterballonnen gegooid worden. Op het einde komt de finale, het plaatselijke brandweerkorps spuit onder luid getoeter iedereen druipnat. Wij staan op het einde, het water is tegen dan op.
Was het wat we verwacht hadden? Ja en neen, hadden we meer vlaggen en versierde huizen verwacht? Zeker. Hadden we meer feest verwacht? Zeker, of toch meer eten, drinken en braderietoestanden. Was het luid en patrionnistisch? Ja. Was het eens leuk om te zien? Absoluut.
vrijdag 3 juli 2015
haat - liefde
We geven het toe, we hebben een haat/liefde verhouding met
Wyoming. Het is hier ongelooflijk warm (we haalden zelfs meer dan 46 graden),
er zijn hier nauwelijks bomen, dus veel schaduw om even te rusten is er niet,
er is woestijn, woestijn en nog eens woestijn, we rijden in the middle of
nowhere. Maar we kunnen ook genieten van eindeloze landschappen, en
ongelooflijke gastvrijheid.
De laatste dagen hebben we overal al gratis geslapen. De
eerste nacht kamperen we in een park in Bairoil, een dorpje van 106 man dat
vooral bestaat dankzij een olieveld daar. Het park heeft picknickbanken, bomen,
fris water, overdekte shelter en een speeltuin (met speelkameraadje voor
Warre), ideaal dus.
De dag erna fietsen we via Muddy Gap naar Jeffrey City, eens
een stad van meer dan 6000 inwoners, nu een spookstadje maar wel met een kerk
waar we mogen overnachten en een café/restaurant waar we lekker kunnen eten.
Het Spring Rock Cafe is een echte ervaring. Je wordt er afwisselend bediend
door een van de lokale stamgasten. Kuisen is er iets van lang geleden.
Het is een wat bevreemdend zicht om in zo’n leeg stadje rond te lopen. Veel van de huizen zijn weg. Enkel het hekwerk met poortje en huisnummer is er nog. Het benzinestation is van het merk Te..co. De pompen staan weg te roesten tegen een schuurtje. Het gras schiet hoog op tussen de schommels op de speelplaats van het schooltje. Een koude oorlog en uraniummijn zorgde voor de plotse groei van het plaatsje, maar het was van korte duur. In de jaren 80 ontdooit de wereld, sluit de mijn en loopt Jeffrey City leeg.
Het is een wat bevreemdend zicht om in zo’n leeg stadje rond te lopen. Veel van de huizen zijn weg. Enkel het hekwerk met poortje en huisnummer is er nog. Het benzinestation is van het merk Te..co. De pompen staan weg te roesten tegen een schuurtje. Het gras schiet hoog op tussen de schommels op de speelplaats van het schooltje. Een koude oorlog en uraniummijn zorgde voor de plotse groei van het plaatsje, maar het was van korte duur. In de jaren 80 ontdooit de wereld, sluit de mijn en loopt Jeffrey City leeg.
Daarrna gaat het naar Sweetwater Station waar we kamperen
bij de Mormonen in Willies Handcart Historic Site. We worden ongelooflijk
gastvrij ontvangen. We krijgen er koekjes van een lieve mevrouw die haar
kleinkinderen mist en enorm gecharmeerd is door Warre. ’s Avonds mogen we mee
aanschuiven bij een groep Mormonen uit Canada. Zij zijn hier om een tocht te
maken met een handkar zoals de Mormonen ooit deden van het oosten van de VS om
hun beloofde land – Salt Lake City – te bereiken. Voor twee van deze handcart
companies liep het bijna fataal af als ze op hun tocht ingehaald worden door de
winter. Uitgedost in kleren van toen duwen en sleuren Mormonen van over heel de
wereld nu hun handkar 14 mijl over de bergen. Een pioniersexpeditie in het
klein. Wij beperken de onze tot een rondje van 500m.
Ondertussen zijn we aangekomen in Lander en hier blijven we
een paar dagen relaxen want het blijkt the place to be te zijn om 4th of july
mee te maken. Ook hier mogen we gratis kamperen in het park. En na al die woestijn, is het een verademing om weer huizen
te zien met bomen en veel bloemen in de tuinen. En uiteraard eens lekker te
eten, ijsjes te smullen, te zwemmen en schommelen. Hanh
Abonneren op:
Posts (Atom)